Ongedierte op kamerplanten herkennen

Ongedierte op kamerplanten herken je aan de plek en de sporen. Kijk naar luizen, spinsel, witte plukjes en bruine schildjes.

Ongedierte op kamerplanten bestaat vaak uit bladluis, rouwvliegjes, spint, wolluis, schildluis of trips. Ze zitten op andere plekken en vragen een andere aanpak, dus herkenning komt eerst.

Zet de plant bij een raam of lamp en draai bladeren om. Kijk vooral onder het blad, in bladoksels en aan jonge scheuten.

Zoek hieronder het zichtbare teken dat bij jouw plant past.

Kleine dieren in groepen op scheuten en knoppen

Bladluizen zijn enkele millimeters groot en groen, zwart, roodachtig of geel. Ze zitten dicht bij elkaar op jonge scheuten, knoppen en jonge bladonderkanten. Plakkerige honingdauw is vaak het eerste teken.

Spoel ze af met lauw water of veeg ze weg met een vochtige doek. Controleer herhaaldelijk, want één beurt mist vaak dieren.

Vliegen witte dieren van vergelijkbare grootte op bij aanraking, dan zijn het witte vliegen. Ook die zitten onder bladeren en laten een plakkerige laag achter.

Let op

  1. 01Waar de dieren zitten: onderkant, bladoksel of scheutpunt
  2. 02Hoe ze eruitzien: puntjes, plukjes, schildjes of vliegjes
  3. 03Of er een plakkerige laag ligt
  4. 04Of er fijn spinsel hangt

Wat je nu doet

Spoel af met lauw water of veeg weg met een vochtige doek. Controleer daarna herhaaldelijk.
Kleine groene bladluizen bij elkaar op een jonge scheut
Bladluizen zitten in groepen op zachte jonge scheuten

Fijn spinsel en lichte spikkels

Spintmijten zijn nauwelijks zichtbaar. Ze laten veel lichte puntjes achter waardoor het blad flets oogt.

Bij een grotere plaag hangt fijn spinsel tussen bladsteel en scheut. Klop een blad boven wit papier om bewegende puntjes te zien.

Spoel de plant af, controleer hem herhaaldelijk en zet hem weg van droge verwarmingslucht.

Misvormd jong blad met zilverige strepen en zwarte puntjes wijst eerder op trips. Tripsen zijn smal en kunnen wegspringen.

Wat je nu doet

Spoel de plant af, controleer herhaaldelijk en zet hem op een plek met minder droge lucht.
Fijn spinsel en lichte spikkels tussen blad en steel
Fijn spinsel en lichte spikkels wijzen op spint

Witte wollige plukjes in de bladoksels

Wolluizen lijken op witte plukjes in bladoksels, langs de hoofdnerf en soms vlak onder de grond.

Onder de waslaag zit een rozeachtig dier dat langzaam beweegt.

Dep elk plukje weg en controleer de plant daarna telkens opnieuw, vooral in dichte bladoksels.

Wat je nu doet

Dep elk plukje weg en controleer de plant herhaaldelijk, vooral op verborgen plekken.
Witte wollige plukjes in de bladoksels
Wolluizen verbergen zich als witte plukjes in bladoksels

Vaste bruine schildjes op stelen en nerven

Schildluizen lijken op platte of bolle bruine bobbeltjes die vastzitten op nerven, bladstelen en houtige scheuten. Je kunt ze met een nagel losmaken.

Ook hier hoort vaak een plakkerige laag bij, waarop later zwarte roetdauw kan groeien.

Verwijder de schildjes met een nagel of oude tandenborstel en veeg de plek schoon.

Wat je nu doet

Verwijder de schildjes mechanisch en veeg de plekken schoon.
Mr. Kitty verwijdert een bruin schildluisbobbeltje van een stengel
Bruine schildjes zitten vast en zijn mechanisch te verwijderen

Kleine zwarte vliegjes boven de potgrond

Rouwvliegjes vliegen op bij water geven en blijven dicht bij de grond.

De vliegjes zelf beschadigen de plant niet. Larven in de natte bovenlaag kunnen fijne wortels van zaailingen, stekken en pas verpotte planten eten.

Kies per pot één aanpak: laat de bovenlaag drogen, of gebruik aaltjes tegen de larven en houd de grond volgens de productinstructies geschikt voor die behandeling.

Wat je nu doet

Laat de bovenlaag tussen gietbeurten drogen of behandel de larven met aaltjes volgens de verpakking.

Witte aanslag op de grond is meestal geen ongedierte

Witte pluizige aanslag op potgrond is meestal schimmel op organisch materiaal en wijst op een bovenlaag die lang nat blijft.

Schep de laag weg, maak het oppervlak los, laat het drogen en verwijder afgevallen blad.

Een harde witte korst aan de potrand bestaat eerder uit kalk en zouten. Schraap die weg en laat bij het gieten water door de pot lopen.

Wat bij elke plaag geldt

Zet een aangetaste plant weg van andere planten zodra je iets vindt.

Controleer meerdere keren. Eieren en verborgen dieren kunnen de eerste behandeling overleven.

Bekijk ook de verzorging. Weinig licht, grond die nat blijft en droge verwarmingslucht kunnen de plant verzwakken.

Houd nieuwe planten eerst apart en controleer onder bladeren en in bladoksels voordat ze bij de rest staan.

Planten waar het om gaat

Verder lezen

Veelgestelde vragen

Welk ongedierte komt vaak op kamerplanten voor?

Bladluis, rouwvliegjes, spint, wolluis, schildluis en trips. De plek en sporen op de plant vertellen meer dan alleen de kleur.

Wat zijn de kleine zwarte beestjes bij mijn plant?

Vliegen ze bij water geven uit de grond, dan zijn het waarschijnlijk rouwvliegjes. Zitten ze in groepen op scheuten en knoppen, dan kunnen het donkere bladluizen zijn.

Wat zijn de witte beestjes op mijn kamerplant?

Wollige plukjes in bladoksels zijn wolluizen. Witte dieren die bij aanraking opvliegen zijn witte vliegen. Witte aanslag op de grond is meestal schimmel.

Hoe herken ik spint?

Aan een flets, fijn gespikkeld blad en fijn spinsel in bladoksels. Klop een blad boven wit papier en kijk of kleine puntjes bewegen.

Kan ik ongedierte vanaf een foto herkennen?

Een foto helpt, maar de vindplaats blijft belangrijk. Noteer of dieren op scheutpunten, bladonderkanten, in bladoksels of boven de grond zitten.

Moet ik een aangetaste plant weggooien?

Meestal niet. Verwijder sterk aangetaste delen, haal dieren weg en controleer herhaaldelijk. Bij bijna volledig verlies van gezond blad kan wegdoen wel de beste keuze zijn.

Laatst gecontroleerd: